Léon Fredericq was een gegoede burger. Met een papa als dokter en gemeenteraadslid in Gent, en een mama als directrice van een internaat, lag de weg naar carrière helemaal open. In de 19e eeuw was afkomst nu eenmaal bepalend. Aan de Gentse universiteit behaalde hij in 1871 eerst de titel van doctor in de wetenschappen, vier jaar later volgde het diploma doctor in de genees- en heelkunde . 

Na een specialisatie in de fysiologie, werd hij in 1879 benoemd tot professor aan de universiteit van Luik. Daar zij hij zijn latere vrouw ontmoeten, een dochter van twee professoren. Zo ging het nu eenmaal in vooraanstaande milieus.

Maar afkomst is niet alles. De man zou naam en faam vergaren door verschillende ontdekkingen waaronder hemocyanine (een tegenhanger van hemoglobine die voorkomt bij sommige ongewervelde dieren). Als gerespecteerd specialist in de vaatchirurgie werkte hij ook aan de ontwikkeling van verbeterde operatietechnieken van het hart bij honden.

Eén of ander monument aan een universiteit zou dus te verwachten zijn, maar een monument hier, in ‘the middle of nowhere’, op een verborgen plek  in de Hoge Venen?

In 1935, twee jaar na zijn overlijden, werd deze gedenkplaat onthuld door de Vrienden van de Venen. Ja, ook hier was men de man dankbaar. Minder ‘in the picture’ was dat Léon initiatiefnemer was van meerdere botanische onderzoeksprojecten in de Venen. Zijn titel van ‘meneer doktoor’ is bijzaak, hier is het met respect voor de lokale natuur dat eer te behalen valt. ‘t Is maar dat je het weet …

Bezoekje brengen: coördinaten 50.45921 6.01813

Comments are closed.